De huid

Gepubliceerd op 4 mei 2021 om 21:11

De huidlagen:

De huid bestaat uit 3 verschillende huidlagen.

- De opperhuid: de bovenste laag van de huid. Deze laag bestaat uit epitheelweefsel.

- De lederhuid: de laag tussen de opperhuid en de onderhuid. Deze laag is opgebouwd uit dicht bindweefsel.

- De onderhuid: de onderste laag van de huid. Deze laag is opgebouwd uit losmazig bindweefsel.

De lagen bestaan afzonderlijk van elkaar ook weer uit verschillende laagjes.

 

Opperhuid:

De opperhuid is de buitenste laag van de huid. De totale dikte van deze laag ligt tussen de 0,05 en de 0,1 millimeter. Daarmee is de opperhuid de dunste laag. De laag is opgebouwd uit meerlagig epitheelweefsel met weinig of geen celtussenstof. Er zijn geen zenuwen, bloedvaten, lymfevaten en klieren aanwezig. De buitenzijde bestaat uit verhoornd epitheelweefsel dat geen levenskenmerken heeft. In de onderzijde van de opperhuid zitten wel levende cellen. Er vormen zich voortdurend nieuwe cellen.  Deze cellen schuiven omhoog en veranderen van een levende cel in een verhoornde dode cel. Dat verhoorningsproces duurt ongeveer een maand.

Lagen van de opperhuid:

- De basaalcellenlaag.

- De stekelcellenlaag.

- De korrellaag.

- De doorschijnende laag.

- De hoornlaag.

De lederhuid:

De lederhuid is veel dikker dan de opperhuid. De dikte van de lederhuid varieert van 0,5 tot 3 millimeter.

Bouw van de lederhuid:

- Bindweefselgrondsubstantie.

- Bindweefselvezels.

- Cellen.

Lagen van de lederhuid:

- De papillenlaag.

- De netlaag.

De onderhuid:

De onderhuid bestaat voornamelijk uit losmazig bindweefsel. De mazen tussen deze vezels zijn groot. In de mazen liggen groepjes vetcellen. Vetcellen zijn in staat vet op te nemen en bepalen de dikte van de onderhuid. De dikte van de onderhuid bepaalt dus of iemand dik of dun is. De hoeveelheid vet kan per persoon, maar ook plaatselijk verschillen. Bij vrouwen komt vet vooral voor op de bovenbenen en de billen, bij mannen op de buik. Dit vet dient als reservevoorraad en wordt pas aangesproken als de noodzaak zeer groot is. Vandaar dat het zo moeilijk is om op bepaalde plaatsen af te vallen. Het aantal vetcellen ligt al vast vanaf de geboorte, maar kan tot de puberteit nog wel toenemen.

De vetcellen die je eenmaal hebt, raak je niet meer kwijt.

Functies van de onderhuid:

- Vet beschermt het lichaam.

- Vet bepaalt de veerkracht van de huid en de lichaamsvorm.

- De opslag van vetten in de onderhuid dient als reservevoorraad.

- Vet vormt een isolerende laag die beschermt tegen kou.

 

Functies en kenmerken van de huid:

De huid is een orgaan met verschillende functies. De belangrijkste functie is de bescherming van het lichaam. Daarnaast speelt de huid een rol bij veel andere processen, bijvoorbeeld bij het op temperatuur houden van je lichaam.

Functies van de huid:

- Geeft bescherming aan het lichaam.

- Is een graadmeter voor de gezondheid.

- Speelt een rol bij de uitscheiding.

- Speelt een rol bij de warmteregulatie.

- Heeft een gevoelsfunctie.

- Maakt vitamine D aan.

- Kan stoffen opnemen.

- Produceert weefselhormonen.

Huidglans en huidspanning:

Een huid veel of weinig glanzen. De huidglans is afhankelijk van:

- De zweet- en talgafscheiding. Hoe meer afscheiding, hoe meer glans.

- Fijne donshaartjes op de huid. Donshaartjes geven de huid een mat aanzien.

- Conditie van de huid. Een gezonde huid heeft een glanzend aanzien.

 

De huidspanning is afhankelijk van:

- De kwaliteit van lederhuid (vezels, cellen en de grondsubstantie).

- De dikte van de onderhuid, vooral de vetlaag.

- De vulling van de bloed- en lymfevaten in de huid.

- De spanning in de cellen.

- Ziekte en leeftijd.

- Spierspanning van de onderliggende spieren.

Huidrelief:

Kijk je goed naar je huid, dan zie je groefjes, lijntjes en putjes. De huid is niet glad, maar heeft relief. De huidrelief is bij elk mens verschillend en wordt bepaald door de :

- Talgklierporien.

- Huidveldjes.

- Huidlijnen.

Huidskleur:

De huidskleur wordt bepaald door:

- De hoeveelheid pigment of melanine in de huid.

- De dikte van de hoornlaag.

- De doorbloeding.

- Het ras.

Structuurveranderingen bij het ouder worden:

Een jonge huid ziet er anders uit dan een oudere huid. Met het ouder worden, neemt de kwaliteit van alle weefsels af. Dat noemt je degeneratie. Afname van celactiviteit is een belangrijke oorzaak van huiddegeneratie, hierdoor vermindert de kwaliteit van de bindweefselvezels. Ook neemt de hoeveelheid vocht in het huidweefsels af. De huid gaat rimpels vertonen, het huidrelief wordt grover, de huidadertjes verwijden zich blijvend en schijnen door de huid heen en de huid wordt doffer. de gelaatscontouren vervagen door verschrompeling van het bindweefsel.

De talgklieren:

talgklieren scheiden talg uit. Talg heeft verschillende functies:

- Talg houdt de huid en de haren vet en daardoor soepel.

- Talg beschermt de huid tegen uitdroging en vochtverlies.

- Talg vormt samen met zweet en stoffen die bij het verhoorningsproces op de huid komen een huidemulsie, die we de zuurmantel noemen. De zuurmantel beschermt het lichaam tegen het binnendringen van ziektekiemen.

De zweetklieren:

Zweetklieren scheiden zweet uit. Zweet heeft verschillende functies:

- Zweet regelt de lichaamstemperatuur.

- Zweet speelt een rol bij de uitscheiding van afvalstoffen die bij de celstofwisseling ontstaan zijn.

- Zweet vormt samen met talg en stoffen die bij het verhoorningsproces op de huid zijn gekomen een huidemulsie, die we zuurmantel noemen. De zuurmantel beschermt het lichaam tegen het binnendringen van ziektekiemen.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.